Over epilepsie

Aanvullende onderzoeken

Je neuroloog heeft behalve de aanvalsbeschrijving, EEG en MRI soms nog aanvullend onderzoek nodig. Dit zijn bijvoorbeeld: cardiologisch onderzoek, bloedonderzoek, urineonderzoek en neuropsychologisch onderzoek.

Cardiologisch onderzoek

Je neuroloog laat een ECG (elektrocardiogram of hartfilmpje) maken als hij of zij denkt dat je epilepsie te maken heeft met je hart en de bloedtoevoer naar je hersenen. Ook kunnen hartritmestoornissen op epileptische aanvallen lijken. Een ECG kan dan soms duidelijkheid geven.

Bloed- en urineonderzoek

Bloed- en urineonderzoek is bijna nooit nodig om epilepsie vast te stellen. Bloedonderzoek wordt soms gedaan om zicht te krijgen op andere bijkomende ziektes, bijwerkingen van anti-epileptica (medicijnen tegen epilepsie) of de hoeveelheid medicijn in je bloed (bloedspiegel). Ook is het van belang bij genetisch onderzoek (erfelijkheidsonderzoek). Is bloed- en urineonderzoek in jouw geval nodig? Vraag het je neuroloog.

Neuropsychologisch onderzoek

Sommige mensen hebben door hun epilepsie problemen met concentreren of geheugen. Je neuroloog kan je dan doorverwijzen voor een zogenaamd neuropsychologisch onderzoek.

Wanneer is zo’n onderzoek nodig?

Een neuropsychologisch onderzoek kan nodig zijn bij zeer uiteenlopende klachten. Denk aan moeite om je aandacht vast te houden, geheugen- of oriëntatieproblemen of moeilijkheden met taalgebruik. Ook stemmingsstoornissen en veranderingen in je dagelijkse functioneren kunnen aanleiding zijn voor zo’n onderzoek.

Verwijzing naar een (neuro)psycholoog

Herken je bovenstaande klachten? Bespreek ze dan met je neuroloog. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een (neuro)psycholoog. Speciale afdelingen (neuro)psychologie vind je ook in de epilepsiecentra.

Dit gebeurt er

Bij een neuropsychologisch onderzoek beantwoord je vragen en moet je opdrachten oplossen. Ook wordt je reactiesnelheid gemeten en doe je geheugen- en leestesten.

Epilepsie verstoort levens

Doneer nu!