Als kinderen een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie hebben, is er vaak sprake van een erfelijke epileptische aandoening. Behandelaars houden bij het selecteren van medicijnen rekening met verschillende factoren zoals het type epileptische aanval en het soort epilepsiesyndroom. Toch blijft het vinden van het juiste medicijn vaak een tijdrovend ‘trial and error’ proces. Dat terwijl het juist belangrijk is om snel een goed medicijn te vinden, omdat actieve epilepsie de ontwikkeling van kinderen kan belemmeren.
Sneller de juiste medicatie vinden
Om sneller te achterhalen welk medicijn wel of niet zal aanslaan, kunnen behandelaars medicijnen uitproberen op patiënt-eigen ‘modelsystemen’. Zo’n modelsysteem maken behandelaars uit de cellen die zich in het bloed van de patiënt bevinden. Er bestaan relatief simpele 2D modelsystemen bestaande uit een enkel celtype, maar ook relatief complexe 3D modelsystemen bestaande uit meerdere celtypes. De complexere modelsystemen lijken meer op de hersenen dan de simpelere modelsystemen, maar zijn ingewikkelder, tijdrovender en duurder om te creëren. Prof. Dr. Kasri en team willen achterhalen of je wel echt zo’n complex 3D modelsysteem nodig hebt om medicijnen uit te testen of dat een simpeler modelsysteem volstaat.
Om dit te achterhalen willen de onderzoekers twee vragen beantwoorden:
- Welk van beschikbare modelsystemen bootst goed de verschillen in epilepsiesyndromen na?
- Welk van de beschikbare modelsystemen reageert op dezelfde manier op medicijnen als patiënten op diezelfde medicijnen reageren?
Als deze twee vragen beantwoord zijn, weten behandelaars welk modelsysteem ze het beste kunnen gebruiken om zo snel mogelijk te achterhalen welk medicijn bij een bepaalde patiënt zal aanslaan. Voor kinderen betekent het snel vinden van het juiste medicijn een betere ontwikkeling.
Bijzonder aan dit onderzoek is dat we werken met cellen van één gezin, waarin twee kinderen epilepsie hebben door dezelfde erfelijke verandering, maar toch verschillende vormen van epilepsie. Dit helpt ons beter te begrijpen waarom epilepsie zo kan verschillen per persoon.
Wat hebben we ontdekt?
Sinds 2023 hebben we belangrijke stappen gezet. We hebben gekeken naar twee soorten hersencellen:
- cellen die andere cellen stimuleren (activerende hersencellen)
- cellen die andere cellen afremmen (remmende hersencellen).
We hebben ook onderzocht welke hersencellen nodig zijn om verschillende soorten epilepsie te herkennen in ons model. Onze eerste resultaten zijn veelbelovend. We zagen dat we alleen duidelijk verschil kunnen zien tussen de soorten epilepsie als we beide soorten hersencellen combineren. Dit is een belangrijke stap vooruit, omdat het ons helpt om een model te maken dat zo goed mogelijk aansluit bij wat er in het lichaam gebeurt.
Onderzoeker aan het woord
In de video reeks 'onderzoeker aan het woord' vertellen verschillende onderzoekers waar ze dagelijks aan werken. Zo brengen we wetenschap dichterbij en laten we zien hoe onderzoek naar epilepsie in de praktijk vorm krijgt.
In deze video vertelt onderzoeker Nikki meer over het onderzoek, haar werkwijze en voorlopige resultaten.
Onderzoeker Nikki