Soorten aanvallen

Focale aanval met verminderde gewaarwording

Bij deze aanval is het bewustzijn verlaagd. Het is niet helemaal weg, maar je weet niet meer wat je doet. Je vertoont daarnaast vaak vreemd gedrag.

Soms ga je smakken of friemelen. Of je maakt ineens geluid, verplaatst voorwerpen of gaat rondlopen. Vaak herkennen mensen deze aanval niet als epilepsie.

Hoe ziet deze aanval eruit?

  • Je bewustzijn is verlaagd.
  • Je staart voor je uit en reageert niet of niet goed.
  • Je vertoont vaak vreemd gedrag, met automatische handelingen of ‘automatismen’.
  • Je kunt gaan smakken, friemelen, lachen of schreeuwen.
  • Of je gaat doelloos rondlopen, spullen verplaatsen, je uitkleden of wordt agressief.

Deze filmpjes laten zien hoe de aanval eruit kan zien.

Een man krijgt een aanval op de fiets in de buurt van een sloot.

 Een vrouw krijgt een aanval op kantoor.

Start op één plek in de hersenen

De neuroloog noemt deze aanval ‘focaal’ omdat de aanval op één plek in de hersenen begint. Die plek verklaart vaak ook je gedrag. Deze aanval werd vroeger ook wel ‘complex partiële aanval’ genoemd.

Aura

Soms krijg je vóór de focale aanval eerst een kleine aanval, een aura. Die duurt vaak maar een paar seconden. Dan ben je nog bij bewustzijn, maar krijg je bijvoorbeeld een opstijgend gevoel vanuit je maag. Of je hebt het gevoel dat iets al eerder is gebeurd, krijgt een vieze smaak in je mond of ruikt iets vreemds.

Hoe lang duurt zo’n aanval?

Meestal keert je bewustzijn na een paar minuten weer terug. Je herinnert je zelf vaak niets van de aanval. Soms ben je na de aanval nog een beetje verward. Veel mensen zijn moe of hebben hoofdpijn.

Vaker op oudere leeftijd

Deze aanval kan op alle leeftijden ontstaan. Ze komen wel vaker voor op latere leeftijd. Dan is het zelfs de meest voorkomende vorm van epilepsie. Als je hersenen ouder worden, is er namelijk meer kans op beschadiging. Denk aan een herseninfarct, een tumor of dementie. Dat maakt de hersenen gevoeliger voor epilepsie. Vooral bij dementie is het moeilijker om deze aanval te herkennen, want verwardheid of gedragsverandering kunnen ook bij deze ziekte horen.

Focale aanval vanuit temporaal- of frontaalkwab

Er is een verschil tussen aanvallen die beginnen in de temporaalkwab of in de frontaalkwab.

Focale aanval vanuit de temporaalkwab (slaapkwab)

De temporaalkwab zit aan de zijkant van je hersenen, ongeveer boven je oren. Aanvallen vanuit de temporaalkwab beginnen en eindigen geleidelijk. Ze duren vaak een paar minuten.  Kenmerken van focale aanvallen met verminderd bewustzijn vanuit de temporaalkwab zijn:

  • Het bewustzijn raakt geleidelijk verstoord.
  • Je reageert nergens meer op, je blik is starend met verwijde pupillen.
  • Je ziet bleek of loopt rood aan.
  • Je herkent mensen niet, je reageert vaak niet of geeft een raar antwoord.
  • Soms maak je vreemde bewegingen met je gezicht of blijf je een woord herhalen.
  • Soms vertoon je doelloze, automatische handelingen, zoals friemelen of rondlopen.

Focale aanval vanuit de frontaalkwab (voorhoofdskwab)

De frontaalkwab zit aan de voorkant van je hersenen. Aanvallen vanuit de frontaalkwab starten en stoppen plotseling. Ze duren vaak korter, meestal een paar seconden. Belangrijke kenmerken van focale aanvallen met verminderd bewustzijn vanuit de frontaalkwab zijn:

  • De aanval start en stopt plotseling.
  • De aanval duurt kort, vaak maar een paar seconden.
  • Je verliest je bewustzijn en staart voor je uit.

Je gedrag is net iets anders dan bij aanvallen vanuit de temporaalkwab. Denk aan:

  • Lachen, schreeuwen of klanken uitstoten.
  • Verkrampte houding van beide armen met repeterende bewegingen.
  • Fietsbewegingen of trappelen met je voeten.
  • Wegdraaien van je hoofd en ogen.

Frontale aanvallen tijdens de slaap

Frontale aanvallen kunnen ook tijdens de slaap voorkomen. Deze aanvallen komen niet vaak voor. Kenmerken zijn:

  • Ze duren kort.
  • Ze komen vaak meerdere keren per nacht voor en verlopen hetzelfde.
  • Het gedrag lijkt op een nachtmerrie of hysterische aanval.
  • Je kunt bijvoorbeeld schreeuwen, schelden of in je handen klappen.
  • Je kunt fietsbewegingen maken of trappelen met je voeten.
  • Soms rollen mensen met zo’n aanval uit bed. Maar dan krabbelen ze meteen weer overeind, kruipen onder de dekens en slapen ze weer verder.

Wat kan de omgeving doen tijdens deze aanvallen?

Opletten en erbij blijven. Het is belangrijk dat je gevaarlijke situaties voorkomt. Iemand weet namelijk niet wat hij doet en voelt ook geen pijn. Dus kan de straat oplopen of zich branden aan vuur. Het heeft geen zin om hard te roepen of de persoon plotseling beet te pakken. Dat kan zelfs tot een agressieve reactie leiden. Wat dan wel? Leid iemand voorzichtig een andere kant op, weg van het gevaar.

Lees meer over de eerste hulp.

Lees meer over andere soorten aanvallen.